Eiseres heeft beroep ingesteld omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar van 14 maart 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en het beroep gegrond is.
De rechtbank verwijst naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin nadere beslistermijnen zijn vastgesteld voor dit soort zaken. Verweerder moet binnen twaalf weken na het verweerschrift, uiterlijk 18 oktober 2024, een besluit op bezwaar nemen. Bij overschrijding van deze termijn is een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht. De rechtbank wijst het beroep toe, vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en legt de genoemde termijnen en dwangsommen op.