Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het procesverloop
- de dagvaarding van 6 augustus 2024, met 18 producties;
- de akte van OFW met een aanvullende productie 19;
- de akte van [gedaagde] met 5 producties.
2.Het geschil en de beoordeling
135,00
Rechtbank Midden-Nederland
De stichting Oost Flevoland Woondiensten (OFW) vordert in kort geding ontruiming van een woning die door [gedaagde] wordt gehuurd vanwege ernstige (geluids)overlast en het beëindigen van een zorgovereenkomst met Kwintes.
De huurder betwist dat sprake is van een gemengde huurovereenkomst en stelt dat de zorgovereenkomst niet rechtsgeldig is beëindigd. Tevens voert hij aan dat de overlast is gestopt en dat hij geen alternatieve woonruimte heeft.
De kantonrechter oordeelt dat de huurder zich niet als een goed huurder heeft gedragen, gelet op het omvangrijke overlastdossier, bedreigingen en vernielingen. De overlast is structureel en ernstig, waardoor de woning onverhuurbaar is geworden. De vordering tot ontruiming wordt daarom toegewezen met een termijn van één maand na betekening, uitvoerbaar bij voorraad.
De huurder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten. Het vonnis erkent de belangen van OFW en omwonenden en weegt deze zwaarder dan het woonbelang van de huurder.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt de huurder tot ontruiming van de woning binnen één maand wegens ernstige overlast en tekortkomingen.