Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak vordert een marketingbureau betaling van openstaande facturen van een eenmanszaak voor diensten die de online zichtbaarheid zouden verbeteren. De overeenkomst was in 2021 gesloten en stilzwijgend verlengd, maar gedaagde stopte met betalen vanaf januari 2023. Eiser ontbond de overeenkomst in juni 2023 vanwege het uitblijven van betaling.
De kantonrechter stelt vast dat de ontbinding partijen bevrijdt van verdere verplichtingen en dat reeds verrichte prestaties ongedaan gemaakt moeten worden of vergoed indien niet ongedaan maakbaar. Echter, eiser heeft onvoldoende onderbouwd welke werkzaamheden vanaf januari 2023 zijn verricht. Gedaagde heeft aangevoerd dat eiser geen toegang had tot de landingspagina’s en geen teksten heeft aangepast, wat niet is weersproken.
De kantonrechter concludeert dat er geen waardevolle prestaties zijn geleverd waarvoor betaling verschuldigd is. Ook de laatste factuur is onvoldoende gespecificeerd en wordt afgewezen. De vorderingen van eiser worden daarom volledig afgewezen. Eiser wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vorderingen van het marketingbureau worden afgewezen wegens ontbinding en geen waardevolle prestaties; eiser moet de proceskosten betalen.