Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.Waar gaat de zaak over?
3.De beoordeling
135,00
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kortgedingprocedure vordert eiser ontruiming van de kantoorruimte die gedaagde huurt wegens stelselmatige te late en onvolledige huurbetalingen. De huurachterstand bedraagt €5.684,58 tot en met juni 2024. Gedaagde erkent de achterstand en heeft de huurovereenkomst per 14 juli 2024 geaccepteerd opgezegd.
De kantonrechter stelt vast dat er sprake is van een spoedeisend belang bij de vorderingen van eiser. Ondanks de terughoudendheid die bij ontruimingsvorderingen in kort geding geldt, is het voldoende aannemelijk dat gedaagde tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. De contractuele boete en buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
De ontruiming wordt bevolen binnen zeven dagen na betekening van het vonnis, met een schadevergoeding vanaf 1 juli 2024 tot de daadwerkelijke ontruiming. Gedaagde moet tevens de proceskosten betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De kantonrechter beveelt ontruiming binnen zeven dagen en veroordeelt gedaagde tot betaling van huurachterstand, boete, incassokosten, schadevergoeding en proceskosten.