ECLI:NL:RBMNE:2024:5175
Rechtbank Midden-Nederland
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verschoningsverzoek wegens onbedoelde kennis geheimhouderstuk door rechter
In deze zaak heeft de advocaat van een verdachte per abuis een geheimhouderstuk als bijlage meegestuurd in een e-mail aan de rechter die de zaak behandelt. De rechter heeft dit stuk deels gelezen voordat de advocaat het opnieuw zonder de bijlage verzond. De rechter meent hierdoor niet langer onpartijdig te kunnen zijn in de zaak van deze verdachte en ook in de zaken van drie medeverdachten, aangezien aan hen medeplegen en deelname aan een crimineel samenwerkingsverband ten laste is gelegd.
De verschoningskamer toetst het verzoek aan artikel 517 en Pro 512 van het Wetboek van Strafvordering, waarbij onpartijdigheid en de schijn daarvan centraal staan. De kamer overweegt dat het onbedoeld lezen van een geheimhouderstuk de rechterlijke onpartijdigheid kan schaden, ook in de gerelateerde zaken van medeverdachten.
Op grond van deze overwegingen wijst de verschoningskamer het verzoek tot verschoning toe voor alle vier de hoofdzaken. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken op 29 augustus 2024. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen wegens schending van onpartijdigheid door onbedoelde kennisname van een geheimhouderstuk.