Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna te noemen: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
een proces-verbaal van bevindingen [2] van verbalisant [verbalisant 1] van 22 november 2020, volgt:
een proces-verbaal van bevindingen [3] van verbalisant [verbalisant 2] van 21 november 2020, volgt:
een proces-verbaal van bevindingen met bijlage [4] van verbalisant [verbalisant 3] van 23 november 2020, volgt:
een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname [adres 2] [5] van verbalisant [verbalisant 5] van 25 november 2020, volgt:
een proces-verbaal van bevindingen [6] van verbalisant [verbalisant 6] van 26 november 2020, volgt:
12:38:04 uur (daadwerkelijke tijd 13:38:04 uur);
13:32:23 uur (daadwerkelijke tijd 14:32:23 uur);
13:32:24 uur (daadwerkelijke tijd 14:32:24 uur).
een proces-verbaal van bevindingen met bijlage [12] van verbalisant [verbalisant 7] van 15 december 2020, volgt:
een proces-verbaal van bevindingen [13] van verbalisant [verbalisant 8] van 24 november 2020, volgt:
schouwverslag van 21 november 2020, opgemaakt door M. Hosseinnia, forensisch arts, volgt:
forensisch pathologisch onderzoeksrapport naar aanleiding van een mogelijk niet-natuurlijke aard van overlijden van 4 juni 2021 [14] , opgemaakt door arts en forensisch patholoog drs. B.G.H. Latten, volgt:
een aanvullend bericht van het Nederlands Forensisch Instituutvan 2 september 2022 [15] , opgemaakt door arts en forensisch patholoog drs. B.G.H. Latten, volgt:
een proces-verbaal forensisch onderzoek persoon [16] van verbalisanten [verbalisant 9] en [verbalisant 10] van 4 december 2020 volgt:
ter terechtzitting van 24 juli 2024, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard:
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJEN
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
8 (acht) jaren;
- wijst de vordering van [benadeelde 2] toe tot een bedrag van € 17.500,00, bestaande uit affectieschade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 november 2020 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [benadeelde 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 2] aan de Staat € 17.500,00, te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 november 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 122 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [benadeelde 1] toe tot een bedrag van € 17.500,00, bestaande uit affectieschade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 november 2020 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 1] aan de Staat € 17.500,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 november 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 122 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;