Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de pleitnota van [eiseres] ,
- de pleitnota van [gedaagde] .
2.De kern van de zaak
3.Achtergrond
4.De beoordeling
€ 178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kort geding procedure tussen eiseres, een zorginstelling, en gedaagde, die lijdt aan het chronische syndroom van Sjögren, staat de vraag centraal welke vervolgzorg passend is na beëindiging van de ziekenhuisbehandeling. Gedaagde weigert mee te werken aan een indicatieaanvraag voor de Wet langdurige zorg (WLZ) omdat zij vindt dat Medisch Specialistische Revalidatie (MSR) of Geriatrische Revalidatie Zorg (GRZ) passend is, terwijl eiseres het tegenovergestelde stelt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiseres voldoende zorgvuldig heeft gehandeld en haar zorgplicht heeft nageleefd door advies in te winnen bij meerdere deskundigen, waaronder ouderenspecialisten, en op basis daarvan te concluderen dat WLZ-zorg passend is. Gedaagde houdt onterecht een ziekenhuisbed bezet terwijl haar behandeling is afgerond en zij niet de juiste vervolgzorg ontvangt.
De voorzieningenrechter wijst de vordering van eiseres toe en veroordeelt gedaagde tot medewerking aan de WLZ-indicatieaanvraag en overdracht naar een WLZ-zorgaanbieder. Indien gedaagde niet meewerkt, moet zij het ziekenhuis binnen 48 uur verlaten. De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan de WLZ-indicatieaanvraag en overdracht naar een WLZ-zorgaanbieder, met ontslag uit het ziekenhuis bij weigering.