Uitspraak
1.[gedaagden sub 1] ,
2.
[gedaagden sub 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek en akte wijziging van eis met producties 5 tot en met 7;
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Midden-Nederland
De Stichting Woningstichting GoedeStede vordert betaling van een huurachterstand over juni 2024 van huurders [gedaagden sub 1] en [gedaagden sub 2]. De huurders betwisten de achterstand en stellen dat zij de huur op 12 juni 2024 hebben voldaan, maar konden dit niet met een betalingsbewijs aantonen. De kantonrechter wijst de huurachterstand toe en de wettelijke rente vanaf 1 juni 2024 tot de dag van betaling.
De kantonrechter beoordeelt ambtshalve het huurreglement van GoedeStede en constateert dat het incassokostenbeding in het huurreglement oneerlijk is omdat het afwijkt van de wettelijke regeling omtrent de veertiendagenbrief en de hoogte van incassokosten. Dit beding wordt vernietigd, waardoor de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
De huurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de huurachterstand en rente. De kantonrechter oordeelt dat GoedeStede onnodig heeft geprocedeerd omdat de huurders reeds de volledige huur betalen, zij het niet vóór de eerste van de maand, en dat GoedeStede als sociale verhuurder begrip had moeten tonen. Daarom worden de proceskosten aan de zijde van de huurders op nihil gesteld en worden de proceskosten door GoedeStede gedragen.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.
Uitkomst: Huurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van huurachterstand juni 2024 en wettelijke rente, incassokosten worden afgewezen en verhuurder draagt proceskosten wegens onnodig procederen.