Uitspraak
(verder te noemen: verzoekster).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verschoningskamer van Rechtbank Midden-Nederland op 22 augustus 2024 een verzoek tot verschoning toegewezen. Het verzoek werd ingediend door een bestuursrechter die betrokken is bij de hoofdzaak met zaaknummer AWB 22/4146. De rechter heeft zelf het verzoek ingediend nadat zij ontdekte dat een vriendin van haar, werkzaam bij het Openbaar Ministerie namens de Minister van Justitie en Veiligheid, een aanvullend besluit in bezwaar had genomen.
Hoewel de verzoekster stelt dat zij onpartijdig en zonder vooringenomenheid kan handelen, acht zij het risico op de schijn van partijdigheid te groot, zeker gezien de gevoeligheid van de zaak. De verschoningskamer toetste het verzoek aan de artikelen 8:15 en 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht, waarin is bepaald dat rechters zich kunnen verschonen bij feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid kunnen schaden.
De kamer concludeerde dat de relatie tussen de verzoekster en de besluitnemer in de hoofdzaak aanleiding geeft tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor schijn van partijdigheid. Daarom werd het verzoek tot verschoning toegewezen en is de zaak overgedragen aan een andere rechter. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de bestuursrechter wordt toegewezen wegens de schijn van partijdigheid.