Uitspraak
1.De procedure
- de verzetdagvaarding van 8 april 2024 met producties,
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele zaak heeft eiser, een Belgische rechtspersoon, een overeenkomst met gedaagde ontbonden wegens tekortkoming bij het leggen van leisteentegels in diens woning. Gedaagde was ontevreden over het werk, dat na vervanging van zes tegels nog steeds gebreken vertoonde. Partijen spraken af dat alle tegels verwijderd en vervangen zouden worden, maar gedaagde heeft dit niet uitgevoerd.
Eiser heeft de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden en vorderde betaling van de aanneemsom, schadevergoeding voor de onbruikbaar geworden tegels, incassokosten en proceskosten. Gedaagde verscheen niet in de eerste procedure, waarna verstekvonnis werd gewezen. Gedaagde ging in verzet, maar de kantonrechter wijst dit af en bekrachtigt het verstekvonnis.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde tekort is geschoten en in verzuim is geraakt vanaf de fatale termijn van 18 november 2022. Schuldeisersverzuim is niet aannemelijk omdat de weigering van eiser om een vrijwaring te geven aan de tegelleverancier geen gevolgen heeft voor de verbintenis tussen partijen. De verbintenis wordt ongedaan gemaakt, waarbij het bedrag dat gedaagde ontving wordt verminderd met de waarde van het verwijderingswerk. Daarnaast wordt schadevergoeding toegekend voor de tegels die onbruikbaar zijn geworden.
Tot slot wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten van de verzetprocedure. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is op 7 augustus 2024 uitgesproken door kantonrechter Van der Kraats.
Uitkomst: Het verstekvonnis wordt bekrachtigd en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de vorderingen van eiser, inclusief schadevergoeding en proceskosten.