ECLI:NL:RBMNE:2024:4842

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 augustus 2024
Publicatiedatum
12 augustus 2024
Zaaknummer
UTR 24/3720
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:38 AwbArt. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring beroep wegens niet betaling griffierecht

Eiser heeft op 28 maart 2024 beroep ingesteld tegen een besluit van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 maart 2024. De rechtbank heeft echter vastgesteld dat eiser het griffierecht van €51,- niet heeft voldaan, ondanks aanmaningen en een aangetekende brief die onbestelbaar werd geretourneerd. Vervolgens is de aanmaning per gewone post verzonden zonder dat de termijn opnieuw is gestart.

De rechtbank is op grond van artikel 8:41 Awb Pro verplicht het beroep niet-ontvankelijk te verklaren wanneer het griffierecht niet wordt betaald, tenzij er een geldige reden is voor het uitblijven van betaling. Eiser heeft geen geldige reden opgegeven.

Daarom wordt het beroep niet inhoudelijk behandeld en verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter K. de Meulder op 8 augustus 2024.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/3720

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 augustus 2024 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

(voorheen: de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen), verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld op 28 maart 2024 tegen het besluit van verweerder van 21 maart 2024.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 51,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of zijn betaald op de griffie van de rechtbank.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiser op 4 juli 2024 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Deze brief is onbestelbaar aan de rechtbank geretourneerd. Hierna is deze brief, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van Pro de Awb, op 31 juli 2024 per gewone post verzonden aan eiser. Daarbij is vermeld dat de in de brief van 4 juli 2024 genoemde termijn niet opnieuw aanvangt.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiser heeft daar geen reden voor gegeven.
6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.