Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 18 juni 2024;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 18 juni 2020, genummerd PL0900-2020175086-1, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, houdende de aangifte door [slachtoffer] , doorgenummerde pagina 7 e.v.;
- een schriftelijk bescheid, te weten een deskundigenrapportage betreffende Forensisch DNA-onderzoek met als bijlage DNA- profielcluster 56690 van het NFI, doorgenummerde pagina 51 e.v.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
een gevangenisstraf van 60 dagen;
een taakstraf van 200 uren;
algemene voorwaardengelden dat verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte gedurende de proeftijd:
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 2.500;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juni 2020 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 2.500 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juni 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 35 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.