ECLI:NL:RBMNE:2024:4597
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd bij niet-tijdige beslissing op melding discriminatie
Eiser diende een brief in waarin hij melding maakte van vermeende discriminatie op basis van geslacht en geaardheid binnen een lijst van toegestane voorwerpen op de cel. Hij verzocht om gelijke rechten voor het invoeren van huid- en haarverzorgingsproducten. De rechtbank oordeelde dat deze brief geen concreet verzoek tot het nemen van een bestuursrechtelijk besluit bevatte en daarmee niet kwalificeerde als een aanvraag volgens artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Vervolgens stelde eiser dat verweerder niet tijdig had beslist op zijn brief, waarop hij verschillende vervolgstappen nam, waaronder een ingebrekestelling en een dwangsomvordering. Verweerder stelde dat de brief niet bekend was als aanvraag en dat de rechtbank daarom onbevoegd was om kennis te nemen van het beroep.
De rechtbank bevestigde dat zonder een aanvraag geen besluit kan worden genomen en dat alleen tegen besluiten beroep kan worden ingesteld op grond van artikel 8:1 Awb Pro. Daarom verklaarde de rechtbank zich kennelijk onbevoegd om kennis te nemen van het geschil en wees het beroep af zonder inhoudelijke behandeling van overige beroepsgronden.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter L.M. Henderson en griffier M. Ait-Imchi op 23 juli 2024.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd omdat de brief geen aanvraag is en daarom geen besluit is genomen.