Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 januari 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
De Minister van Financiën, verweerder
Inleiding
Overwegingen
Welk bestuursorgaan is bevoegd?
Wat oordeelt de rechtbank?
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, een gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire, diende een verzoek in voor vergoeding van private schulden. De Minister van Financiën stelde vast welke schulden in aanmerking kwamen en verklaarde het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk wegens te late indiening.
Eiseres betwistte de niet-ontvankelijkheid en stelde dat zij tijdig bezwaar had gemaakt per post, maar verweerder ontving dit niet en er was geen bewijs van tijdige verzending. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar van 23 augustus 2022 te laat was, na het verstrijken van de zeswekentermijn op 18 mei 2022, en dat geen verschoonbare reden was aangetoond.
Omdat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard, kwam de rechtbank niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van het beroep. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, zonder terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten.
De uitspraak werd gedaan door rechter L.A. Banga op 31 januari 2024 te Utrecht. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar te laat is ingediend zonder verschoonbare reden.