Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juli 2024 in de zaak tussen
[eiser] BV, te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2024.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) op zijn bezwaar van 28 juli 2022.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn, na verlengingen, op 13 april 2023 is verstreken en dat verweerder de ingebrekestelling op 20 april 2023 heeft ontvangen. Verweerder erkent de vertraging en heeft een bestuurlijke dwangsom toegekend aan eiser.
De rechtbank wijst het standpunt van verweerder dat het beroepschrift onredelijk laat is ingediend af, gelet op de omstandigheden en het contact tussen partijen. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van vier weken op en bepaalt een dwangsom van €100 per dag, met een maximum van €15.000.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van €218,75 en het griffierecht van €51 aan eiser. Het beroep wordt kennelijk gegrond verklaard en het niet tijdig beslissen vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen vier weken alsnog te beslissen onder dreiging van een dwangsom.