Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2024:4381

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 juli 2024
Publicatiedatum
22 juli 2024
Zaaknummer
10870562
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.K.L. de Wijkerslooth de Weerdesteijn
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:17 lid 2 BWArt. 6:58 BWArt. 6:61 lid 2 BWArt. 6:266 BWArt. 6:228 lid 1 onder b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding koopovereenkomst airco’s wegens non-conformiteit en bewijsopdracht schuldeisersverzuim

Op 4 april 2023 sloten partijen een gemengde koop- en aannemingsovereenkomst voor levering en installatie van twee airco’s en een ventilatiebox. De koper vordert ontbinding van de overeenkomst wegens non-conformiteit, terugbetaling van €15.519,46 en schadevergoeding van €1.456,90. De verkoper betwist dit en beroept zich op schuldeisersverzuim van de koper.

De rechtbank stelt vast dat de airco’s niet aan de gerechtvaardigde verwachtingen voldoen omdat ze lekken, hoewel ze wel koude lucht blazen en niet bedoeld waren om de hele supermarkt te koelen. De vordering tot vernietiging van de overeenkomst wordt afgewezen omdat geen mededelingsplicht bestond over het ontbreken van een BRL 100-certificaat.

De kernvraag is of de verkoper bewijs kan leveren dat de koper het aanbod van herstel door zwaardere pompjes op 3 oktober 2023 heeft geweigerd, wat schuldeisersverzuim zou betekenen. De rechtbank draagt de verkoper op dit bewijs te leveren en stelt de zaak aan met een nieuwe zittingsdatum voor bewijslevering en getuigenverhoor.

Uitkomst: De rechtbank draagt de verkoper op bewijs te leveren van het aanbod tot herstel en houdt de zaak aan voor verdere bewijslevering.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 10870562 \ UC EXPL 24-172
Vonnis van 24 juli 2024
in de zaak van
[eiser] , handelend onder de naam [handelsnaam 1],
wonend in [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: Legal Advice Wanted B.V.,
tegen
[gedaagde] , handelend onder de naam [handelsnaam 2],
wonend in [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. H.J.F. Dullemond.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de akte overlegging producties tevens houdende wijziging van eis van [eiser]
- de brief van [gedaagde] van 8 juli 2024 met bezwaar tegen de wijziging van eis en overlegging van een aanvullende productie
- de brieven van [eiser] van 8 juli 2024 en 9 juli 2024 met een reactie op het bezwaar
- de mondelinge behandeling van 10 juli 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is bepaald dat vonnis wordt uitgesproken.

2.Kern van het geschil

2.1.
[gedaagde] heeft twee airco’s aan [eiser] verkocht en in zijn supermarkt laten installeren. Volgens [eiser] doen de airco’s niet wat hij ervan mocht verwachten. Daarom vordert [eiser] dat de kantonrechter voor recht verklaart dat de overeenkomst is ontbonden, of dat de kantonrechter die overeenkomst zelf ontbindt. Ook vordert hij terugbetaling van het aankoopbedrag van € 15.519,46 en schadevergoeding van € 1.456,90. [eiser] vordert subsidiair vernietiging van de koopovereenkomst omdat [gedaagde] had moeten zeggen dat hij een certificaat niet heeft en dat wel vereist is voor de verkoop van airco’s.
De airco’s werken niet zoals zij horen te werken omdat ze lekken en [eiser] kan daarom in principe de overeenkomst ontbinden. Maar [gedaagde] beroept zich op schuldeisersverzuim. Als vast komt te staan dat de door [gedaagde] ingeschakelde monteur heeft aangeboden de airco’s te herstellen door zwaardere pompjes te plaatsen in de airco’s en dat [eiser] dit heeft geweigerd, verkeerde [eiser] in schuldeisersverzuim en kon hij de overeenkomst niet ontbinden. De rechtbank draagt [gedaagde] op hiervan bewijs te leveren. De vordering tot vernietiging van de koopovereenkomst wordt afgewezen omdat op [gedaagde] geen mededelingsplicht rustte.

3.De beoordeling

Non-conformiteit: [eiser] kan de overeenkomst in principe ontbinden
3.1.
[eiser] en [gedaagde] hebben op 4 april 2023 een overeenkomst gesloten, waarbij [gedaagde] zich heeft verplicht om twee airco’s en een ventilatiebox te leveren en te installeren. Deze overeenkomst kan worden gekwalificeerd als een gemengde overeenkomst met kenmerken van koop (airco-units en bijbehorende materialen) en aanneming van werk (installeren/aanleggen van de airco-units). De wettelijke bepalingen voor deze in de wet benoemde overeenkomsten zijn dan in principe naast elkaar van toepassing. Dit betekent dat (ook) de wettelijke bepalingen over non-conformiteit bij koop van toepassing zijn.
3.2.
Bij koop is het uitgangspunt dat een afgeleverde zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden, dat wil zeggen aan de gerechtvaardigde verwachting van de koper moet voldoen. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. [1] De gerechtvaardigde verwachting wordt ingekleurd door de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper heeft gedaan. Als de zaak niet aan de gerechtvaardigde verwachting van de koper voldoet is sprake van non-conformiteit.
3.3.
[eiser] heeft aangevoerd dat de airco’s non-conform zijn omdat de airco’s (a) onvoldoende capaciteit hebben om de hele supermarkt te koelen, (b) niet koelen (ze blazen warme lucht) en (c) lekken. De kantonrechter oordeelt dat [eiser] en [gedaagde] niet zijn overeengekomen dat de twee airco’s de hele supermarkt konden koelen. De airco’s blazen bovendien koude lucht. De airco’s lekken echter wel en [eiser] kan daarom in principe de overeenkomst ontbinden. De rechtbank zal dit hierna toelichten.
(a)
[eiser] mocht niet verwachten dat de airco’s de hele supermarkt konden koelen
3.4.
[eiser] mocht niet verwachten dat de twee geleverde airco’s voldoende capaciteit zouden hebben om de hele supermarkt te koelen. [gedaagde] heeft namelijk bij een bespreking eind maart 2023 tegen [eiser] gezegd dat er niet twee, maar vijf airco’s moesten worden geplaatst om de hele supermarkt te koelen. [eiser] heeft dit ter zitting erkend.
3.5.
[eiser] heeft gesteld dat zij er vanuit ging dat de hele supermarkt met twee airco’s kon worden gekoeld. [gedaagde] heeft echter vóór het sluiten van de koopovereenkomst gezegd dat er vijf airco’s nodig waren en daarom mocht [eiser] redelijkerwijs niet verwachten dat [gedaagde] twee airco’s zou leveren met het vermogen om de hele supermarkt te koelen.
(b)
De airco’s koelen
3.6.
De twee geleverde airco’s kunnen koelen (koude lucht blazen). [eiser] heeft namelijk op 15 mei 2023 in een Whatsappbericht gezegd dat “
de airco nu wel aan het koelen [is]”. Bovendien heeft [eiser] op 15 juni 2023 een aircospecialist de airco’s laten controleren en die aircospecialist heeft verklaard dat de airco’s – hoewel onder de benodigde capaciteit – naar behoren werken. Tot slot heeft [gedaagde] op 3 oktober 2023 temperatuurmetingen gedaan en ook daaruit volgt dat de airco’s kunnen koelen. Van non-conformiteit omdat de airco’s niet kunnen koelen is dus geen sprake.
(c)
[eiser] hoefde niet te verwachten dat de airco’s zouden gaan lekken
3.7.
De airco’s zijn non-conform, want het staat vast dat de airco’s lekken. Dit is namelijk te zien op een filmpje dat [eiser] op 11 oktober 2023 heeft gemaakt. In andere filmpjes is te zien dat de airco’s ook eerder regelmatig hebben gelekt. Bovendien hoefde [eiser] niet te verwachten dat de airco’s door de ondercapaciteit zouden gaan lekken. Het is namelijk niet zo dat airco’s bij ondercapaciteit per definitie gaan lekken: in principe wordt de gevormde condens weggepompt. Daarnaast exploiteert [eiser] een supermarkt en heeft hij geen kennis van airco’s, terwijl [gedaagde] professioneel airco’s verkoopt. Als door ondercapaciteit bij airco’s de kans groot is dat deze gaan lekken, dan had [gedaagde] dat als professioneel verkoper moeten weten en had hij dat tegen [eiser] moeten zeggen voor het sluiten van de overeenkomst. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan. Kortom, weliswaar mocht [eiser] door de ondercapaciteit niet verwachten dat de hele supermarkt kon worden gekoeld, maar hij hoefde niet te verwachten dat de airco’s zouden gaan lekken.
Verzuim of schuldeisersverzuim: bewijsopdracht voor [gedaagde]
3.8.
Een koper kan bij non-conformiteit de koopovereenkomst pas ontbinden als de verkoper in verzuim is. Er kan sprake zijn van verzuim, want [eiser] heeft in een e-mail van 27 september 2023 verzocht binnen zeven dagen de airco’s te repareren en [gedaagde] heeft dit niet gedaan. Weliswaar heeft [gedaagde] op 3 oktober 2023 een monteur langs laten komen, maar de airco’s zijn toen niet (goed) gerepareerd want op 11 oktober 2023 lekten de airco’s opnieuw.
3.9.
Ook een koper kan in verzuim komen. Dat wordt schuldeisersverzuim genoemd. De koper is schuldeiser omdat hij recht heeft op een prestatie van de verkoper. Die prestatie is in dit geval dat [gedaagde] ervoor zorgt dat de airco’s niet meer lekken. Als [gedaagde] de airco’s niet kon herstellen omdat [eiser] de daarvoor noodzakelijke medewerking niet heeft verleend, dan is [eiser] in schuldeisersverzuim gekomen. [2] Zolang [eiser] zelf in schuldeisersverzuim is, kan [gedaagde] niet in verzuim komen. [3]
3.10.
[gedaagde] heeft gesteld dat het plaatsen van zwaardere pompjes het lekken van de airco’s kan voorkomen en dat de monteur op 3 oktober 2011 heeft aangeboden deze te plaatsen in de airco’s. Het staat vast dat zwaardere pompjes het condenswater beter kunnen afvoeren en het lekken kunnen voorkomen, want [eiser] heeft dit onvoldoende betwist. [eiser] heeft namelijk niet onderbouwd dat de airco’s ook met zwaardere pompjes zouden zijn blijven lekken. Bovendien heeft ook de door [eiser] ingeschakelde aircospecialist verklaard dat onvoldoende capaciteit van de condenswaterpomp de oorzaak van de lekkage kan zijn. Het staat echter niet vast dat de monteur op 3 oktober 2023 heeft aangeboden zwaardere pompjes te plaatsen in de airco’s, want [eiser] heeft dit ter zitting ontkend.
3.11.
Of de door [gedaagde] ingeschakelde monteur op 3 oktober 2023 heeft aangeboden zwaardere pompjes te plaatsen in de airco’s en [eiser] dit heeft geweigerd, is van belang voor de uitkomst van de procedure. Als dit komt vast te staan, dan is sprake van schuldeisersverzuim van [eiser] en kon [eiser] de koopovereenkomst niet op 10 oktober 2023 ontbinden. De ontbinding kan namelijk niet worden gegrond op een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis ten aanzien waarvan de schuldeiser zelf in verzuim is. [4]
3.12.
[gedaagde] krijgt een bewijsopdracht omdat hij de bewijslast heeft van de stelling dat de door hem ingeschakelde monteur op 3 oktober 2023 heeft aangeboden zwaardere pompjes te plaatsen in de twee airco’s. [gedaagde] stelt dat [eiser] geen grond had de overeenkomst te ontbinden en de partij die zich op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten beroept, draagt op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro de bewijslast van die feiten.
3.13.
Als [gedaagde] het bewijs niet levert, kon [eiser] wel de koopovereenkomst ontbinden op 10 oktober 2023 en dan heeft [eiser] recht op terugbetaling van de gehele aankoopsom, inclusief het bedrag voor de ventilatiebox. Weliswaar is de ventilatiebox geen onderwerp van geschil in deze procedure, maar de verplichting tot levering van de airco’s is de kernprestatie omdat de waarde van de airco’s ruim drie keer meer is dan de waarde van de ventilatiebox. Als is tekortgeschoten in die kernprestatie rechtvaardigt dat in dit geval algehele ontbinding van de overeenkomst.
Overeenkomst niet vernietigbaar: geen mededelingsplicht over ontbreken certificaat
3.14.
Als na bewijslevering door [gedaagde] blijkt dat de ontbinding van de overeenkomst niet rechtsgeldig is, moet de rechtbank beslissen over de vordering tot vernietiging van de overeenkomst op grond van dwaling. De vordering tot vernietiging van de overeenkomst op grond van dwaling zal in dat geval worden afgewezen.
3.15.
Een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, is op grond van artikel 6:228 lid 1 onder Pro b BW vernietigbaar als de wederpartij, in verband met wat zij over de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende had behoren in te lichten.
3.16.
[eiser] heeft aangevoerd dat [gedaagde] als verkoper van airco’s op grond van Europese wetgeving over een BRL 100-certificaat (voor ondernemingen) moet beschikken. Het staat vast dat [gedaagde] daar niet over beschikt. [eiser] stelt dat hij de overeenkomst niet had gesloten als [gedaagde] had medegedeeld dat hij niet over dit certificaat beschikte.
3.17.
Op [gedaagde] rustte echter niet de verplichting om aan [eiser] te vertellen dat hij niet over een BRL 100-certificaat beschikte. Het is namelijk niet in geschil dat [gedaagde] voor de installatie een monteur heeft ingeschakeld die over het vereiste BRL 200certificaat (voor personen) beschikt. Door het inschakelen van een gecertificeerde monteur heeft [gedaagde] voldaan aan het doel van de Europese wetgeving [5] , namelijk het waarborgen van veiligheid voor de installateurs en gebruikers gelet op de potentieel gevaarlijke aard van de gebruikte koelmiddelen. [gedaagde] hoefde er onder deze omstandigheden niet op bedacht te zijn dat hij, door [eiser] niet op de hoogte te stellen van het ontbreken van het BRL 100certificaat, aan hem niet de informatie gaf die door [eiser] van essentieel belang werd geacht.
Overige beslissingen
3.18.
Alle verdere beslissingen worden uitgesteld.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
draagt [gedaagde] op te bewijzen dat de door [gedaagde] ingeschakelde monteur op 3 oktober 2023 aan [eiser] heeft aangeboden om zwaardere pompjes in de airco’s te plaatsen en [eiser] dit heeft geweigerd,
4.2.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
woensdag 21 augustus 2024voor uitlating door [gedaagde] of hij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
4.3.
bepaalt dat, als [gedaagde] geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel
bewijsstukkenwil overleggen, hij die stukken dan op de roldatum van 21 augustus 2024 in het geding moet brengen,
4.4.
bepaalt dat, als [gedaagde]
getuigenwil laten horen, hij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden
september en oktober2024 dan op de roldatum van 21 augustus 2024 moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
4.5.
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van G.K.L. de Wijkerslooth de Weerdesteijn, in het gerechtsgebouw te Utrecht, Vrouwe Justitiaplein 1,
4.6.
bepaalt dat
alle partijenuiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor
alle beschikbare bewijsstukkenaan de kantonrechter en de wederpartij moeten toesturen,
4.7.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door G.K.L. de Wijkerslooth de Weerdesteijn en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2024.

Voetnoten

1.Artikel 7:17 lid 2 BW Pro.
2.Artikel 6:58 BW Pro
3.Artikel 6:61 lid 2 BW Pro
4.Artikel 6:266 BW Pro
5.VERORDENING (EU) 2024/573 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 7 februari 2024betreffende gefluoreerde broeikasgassen, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 517/2014.