ECLI:NL:RBMNE:2024:4369
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens intrekking niet tijdig beslissen herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres diende op 3 juli 2020 een aanvraag in voor herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Nadat verweerder niet tijdig had beslist, stelde eiseres op 31 augustus 2022 beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaarde dit beroep gegrond en gaf verweerder de opdracht uiterlijk 7 januari 2023 een besluit te nemen.
Eiseres stelde dat verweerder niet aan deze verplichting had voldaan en startte opnieuw een beroep tegen het niet tijdig beslissen. Verweerder stelde echter dat op 29 november 2022 een besluit was genomen en dit op 22 november 2022 op de voorgeschreven wijze aan eiseres en haar gemachtigde was verzonden. De rechtbank oordeelde dat hierdoor het belang van eiseres bij het beroep was komen te vervallen.
Hoewel eiseres betwistte het besluit te hebben ontvangen, kon verweerder dit aannemelijk maken aan de hand van verzendnotities en communicatie met de gemachtigde. De rechtbank vond dat eiseres de ontvangst onvoldoende had betwist en dat het beroep daarom niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De rechtbank wees een vergoeding van proceskosten af en bepaalde dat het griffierecht niet werd teruggegeven. De uitspraak werd gedaan op 15 juli 2024 door rechter B. Fijnheer.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag is niet-ontvankelijk verklaard omdat inmiddels een besluit is genomen en op juiste wijze bekendgemaakt.