In deze kortgedingprocedure vordert eiser bescherming van zijn auteursrecht op het lied ‘Vreselijk zin in jou’ tegen gedaagden die het nummer ‘Zin in jou’ uitvoeren. Eiser stelt de enige auteur en producent te zijn, maar gedaagden betwisten dit en voeren aan dat sprake is van coauteurschap.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat eiser niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij het ongedeelde auteursrecht bezit. Er is een verklaring overgelegd van een geluidstechnicus die bevestigt dat een ander dan eiser de auteur is. Eiser erkent ter zitting dat sprake is van coauteurschap, maar dit kan in kort geding niet worden vastgesteld zonder bewijslevering.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vorderingen onvoldoende kans van slagen hebben en wijst deze af. Er is geen sprake van misbruik van procesrecht. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die worden begroot op €8.866,00. Het vonnis is gewezen door mr. J.A. Schuman en op 18 juli 2024 uitgesproken.