ECLI:NL:RBMNE:2024:4218

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 juli 2024
Publicatiedatum
12 juli 2024
Zaaknummer
UTR 24/1858
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 7:1 AwbArt. 7:10 AwbArt. 7:13 Awb
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep wegens niet tijdig beslissen op bezwaarschrift tegen besluit van 15 november 2023

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op bezwaren tegen een besluit van 15 november 2023. De bezwaarschriften zijn op 28 november 2023 ingediend, waarna verweerder uiterlijk 7 februari 2024 had moeten beslissen. Deze beslistermijn is echter overschreden.

Eiser heeft verweerder op 12 februari 2024 in gebreke gesteld en op 15 maart 2024 het beroep ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en draagt verweerder op binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen.

Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de beslissing uitblijft. Verweerder moet ook het griffierecht van € 187,- aan eiser vergoeden. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een zitting en verklaart het beroep gegrond.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, draagt verweerder op binnen twee weken alsnog te beslissen en legt een dwangsom op voor verdere overschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/1858

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juli 2024 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

en

de ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verweerder

(gemachtigde: mr. M.S. Bogtstra).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op de bezwaren tegen het besluit van 15 november 2023.
Op 2 april 2024 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. De bezwaarschriften zijn ingediend op 28 november 2023. Verweerder moet binnen zes weken beslissen, gerekend vanaf het moment waarop de bezwaartermijn is verstreken. Dat staat in artikel 7:10 en Pro 7:13 van de Awb. Verweerder had uiterlijk op 7 februari 2024 moeten beslissen. De rechtbank stelt vast dat deze beslistermijn is overschreden. De rechtbank stelt verder vast dat eiser verweerder op 12 februari 2024 in gebreke heeft gesteld. Eiser heeft meer dan twee weken erna, te weten bij 15 maart 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op zwaar.
4. Omdat verweerder nog geen beslissing op bezwaar heeft genomen bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Verweerder moet dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak (artikel 8:55d, lid 1, Awb).
5. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.
6. Het beroep is kennelijk gegrond (artikel 8:54 van Pro de Awb).
7. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht van € 187,- aan eiser betalen.
8. Er zijn door eiser geen proceskosten gemaakt die vergoed moeten worden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
-vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 187,- dat eiser heeft betaald moet betalen;
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.