Eiseres heeft beroep ingesteld omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 20 april 2023 om aanvullende compensatie voor werkelijke schade bij de Commissie Werkelijke Schade.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld op 14 mei 2024. Eiseres heeft vervolgens tijdig beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog een besluit moet nemen binnen een termijn van twaalf weken na het verweerschrift, met een uiterste datum van 5 september 2024. Voor elke dag overschrijding wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht. De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van het besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn te beslissen.