Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2019 in [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2022 in [geboorteplaats] .
- de brief (met bijlagen) van de vrouw van 1 december 2023, met daarin een wijziging van haar verzoeken en als bijlage een door beide partijen ondertekend ouderschapsplan;
- het bericht van de man van 22 januari 2024;
- het e-mailbericht (met bijlagen) van de vrouw van 30 april 2024.
- de vrouw met haar advocaat;
- de man met zijn advocaat.
- de brief van de vrouw van 17 mei 2024;
- het e-mailbericht (met bijlagen) van de kantoorgenoot van de advocaat van de vrouw van 30 mei 2024;
- het e-mailbericht (met bijlage) van de man van 2 juni 2024.
2.Waar deze procedure over gaat
- primair: te bepalen dat de man met ingang van 1 juli 2023 gehouden is een bedrag van € 311,- per kind per maand aan de vrouw te voldoen;
- subsidiair: te bepalen dat de man met ingang van 1 juli 2023 gehouden is een bedrag van € 227,- per kind per maand aan de vrouw te voldoen;
- meer subsidiair: te bepalen dat de man met ingang van een door de rechtbank vastgestelde datum gehouden is een door de rechtbank vastgestelde bijdrage voor de kinderen aan de vrouw te voldoen.