Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
een proces-verbaal van bevindingen [2] van 16 september 2020 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
een proces-verbaal van bevindingen [3] van 18 september 2020 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
een proces-verbaal van bevindingen [4] van 8 augustus 2019 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
een proces-verbaal van bevindingen [5] van 5 oktober 2020 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
een proces-verbaal van bevindingen [6] van 2 december 2020 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
een rapportage van het Nederlands Forensisch Instituut met bijlage [8] van 9 december 2020, opgesteld door dr. M.A. Hoitink, betreffende onderzoek aan materialen aangetroffen bij [bedrijf 1] in [vestigingsplaats 3] op 30 september 2020, volgt, zakelijk weergegeven:
een proces-verbaal van bevindingen [9] van 27 november 2019 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
een proces-verbaal van bevindingen met bijlagen [10] van 2 november 2020 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
een proces-verbaal van bevindingen [11] van 20 oktober 2020 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
een proces-verbaal van bevindingen [12] van 19 oktober 2020 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
een proces-verbaal van bevindingen [13] van 14 oktober 2020 – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
Komen retour - Doorgegeven aan [B] . Hebben inval gehad. Op ons verzoek laten retourneren". Uit vorenstaande blijkt dat verdachte ervan op de hoogte was dat er bij verschillende klanten een inval is geweest. Ook uit diverse verklaringen van medewerkers van [bedrijf 1] B.V. volgt dat zij op de hoogte waren van de illegale bestemming en doeleinden van de stoffen en voorwerpen die zij voorhanden hadden en te koop aanboden. In dit verband wijst de rechtbank op de verklaring van medewerker [getuige 5] die verklaart over ponypacks om cocaïne in te doen, en op de verklaring van medewerker [getuige 4] die verklaart over het in elkaar zetten van heroïne kitjes en over het feit dat de producten van [bedrijf 1] B.V. worden gebruikt voor heroïne en versnijden. In het dossier zitten meer verklaringen van medewerkers van [bedrijf 1] B.V. die verklaren dat [bedrijf 1] B.V. spullen verkocht om drugs mee te gebruiken en te verpakken, en dat eigenlijk alles rondom drugs werd verkocht, behalve de drugs zelf.
- het gaat om een handelen of nalaten van iemand die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking hetzij uit anderen hoofde werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon;
- de gedraging past in de normale bedrijfsvoering van de rechtspersoon;
- de gedraging is de rechtspersoon dienstig geweest in het door hem uitgeoefende bedrijf;
- de rechtspersoon vermocht erover te beschikken of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en zodanig of vergelijkbaar gedrag werd blijkens de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon aanvaard of placht te worden aanvaard, waarbij onder bedoeld aanvaarden mede is begrepen het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de rechtspersoon kon worden gevergd met het oog op het voorkomen van de gedraging.
5.BEWEZENVERKLARING
van hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en amfetamine en heroïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen, in een bedrijfspand en op het bijbehorende terrein aan de [adres 5] stoffen en voorwerpen, te weten grote hoeveelheden,
te koop heeft aangeboden en voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en haar mededader wisten dat die stoffen en voorwerpen bestemd waren tot het plegen van dat feit.
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
Lijst van inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen’van 4 juni 2024 is beslag gelegd op:
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 23, 36b, 36c, 47 en 51 van het Wetboek van Strafrecht en
- 10a van de Opiumwet;
11.BESLISSING
geldboetevan
€ 225.000,- (tweehonderdvijfentwintigduizend euro);
- 1 STK Verdovende middelen (omschrijving: PL0900-2019309747-2706017, Vitablend);
- 1 STK Verdovende middelen (Omschrijving: PL0900-2019309747-2706027, Hyperblend);
- 1 STK Verdovende middelen (Omschrijving: PL0900-2019309747-2706036, Hyperblend);
- 1 STK Verdovende middelen (Omschrijving: PL0900-2019309747-2706044, Hyperblend);
- 1 STK Verdovende middelen (Omschrijving: PL0900-2019309747-2706051, Vitablend Mannitol)
- 1 STK Verdovende middelen (Omschrijving: PL0900-2019309747-2706054, Vitablend Mannitol);
- 1 STK Zakje wit poeder (Omschrijving: PL0900-2019309747-2705724).