Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
Pro Justitia rapportagepsychiatrisch en psychologisch onderzoek in het Pieter Baan Centrum van 14 maart 2024, gezamenlijk opgemaakt door [B] , psychiater (hierna ook: de psychiater) en [C] , GZ-psycholoog (hierna ook: de psycholoog);
reclasseringsrapportvan Reclassering Nederland van 15 april 2024, opgemaakt door [D] , reclasseringswerker.
reclasseringsadviesvan 15 april 2024 volgt dat de reclassering toezicht, behandeling en begeleiding van betrokkene binnen het kader van een tbs met voorwaarden niet haalbaar acht. Het risico op onttrekking wordt hoog ingeschat. Verdachte stond eerder onder toezicht van de jeugdbescherming, maar dit heeft hem niet weerhouden om opnieuw delicten te plegen. Ten tijde van het opstellen van het reclasseringsrapport weigert verdachte iedere medewerking. De reclassering adviseert daarom negatief over tbs met voorwaarden, maar acht , op grond van het delictverleden van verdachte, zijn chronische problematiek, de ernst van het ten laste gelegde en het gebrek aan een gedegen risico-inschatting, langdurige controle op verdachte – in de vorm van intensief toezicht –noodzakelijk.
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
een gevangenisstraf van 4 (vier) jaren;
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van overheidswege wordt verpleegd;
langer kan duren dan vier jaren;
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 7.500,00;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 juni 2023 tot de dag van volledige betaling;
- wijst de vordering van [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde aan immateriële schade af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 7.500,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 juni 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 72 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
meermalen met een mes (een) stekende en/of zwaaiende beweging(en) heeft gemaakt in de richting van het bovenlichaam, althans het lichaam van die [slachtoffer] ,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
meermalen met een mes (een) stekende en/of zwaaiende beweging(en) heeft gemaakt in de richting van het bovenlichaam, althans het lichaam van die [slachtoffer] ,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.