Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2024:3790

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 juni 2024
Publicatiedatum
18 juni 2024
Zaaknummer
UTR 23/2670
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht inzake inzage politiegegevens

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de korpschef van politie inzake haar verzoek om inzage in politiegegevens die over haar worden verwerkt. De rechtbank heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting omdat het griffierecht niet is betaald, wat een vereiste is volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De rechtbank heeft eiseres op 5 augustus 2023 aangetekend verzocht het griffierecht van €184,- binnen vier weken te voldoen. Eiseres heeft verzocht om kwijtschelding, maar dit verzoek is op 17 augustus 2023 afgewezen. Ondanks deze waarschuwingen en een uiterste betaaldatum van 4 april 2024, is het griffierecht niet ontvangen. Eiseres stelde dat haar bewindvoerder het griffierecht had betaald, maar dit is niet bevestigd door de rechtbankadministratie.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54 Awb Pro. Er wordt geen inhoudelijke behandeling gegeven en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter L.M. Henderson op 18 juni 2024 te Utrecht.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/2670

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juni 2024 in de zaak tussen

[eiseres] , [woonplaats] , eiseres

en
de korpschef van politie, namens deze, de politiechef van eenheid Midden-Nederland,verweerder (gemachtigde: S. Maas).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder van
5 februari 2023 met betrekking tot het verzoek van eiseres om inzage van politiegegevens die over eiseres worden verwerkt.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 184,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres op 5 augustus 2023 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Eiseres heeft gevraagd of zij het griffierecht niet hoeft te betalen, omdat zij dit bedrag niet kan betalen. De rechtbank heeft eiseres op 17 augustus 2023 een brief gestuurd waarin staat dat haar verzoek is afgewezen en dat zij het griffierecht wel moet betalen. Eiseres moest dit doen voor 4 april 2024.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiseres heeft daar geen geldige reden voor gegeven. Eiseres heeft op 22 april 2024 gesteld dat haar bewindvoerder het griffierecht al had betaald rond 4 september 2023 maar dat dit werd teruggestort. Dit blijkt echter niet uit de administratie van de rechtbank. Ook daarna is het griffierecht niet betaald.
6. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van Pro de Awb).
7. Eiseres krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Henderson, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.