ECLI:NL:RBMNE:2024:3775

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
21 mei 2024
Publicatiedatum
18 juni 2024
Zaaknummer
UTR 24/126
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens overschrijding beslistermijn

Verzoeker heeft op 8 januari 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Op 28 februari 2024 heeft verweerder alsnog een besluit genomen, waarna verzoeker het beroep heeft ingetrokken en vergoeding van proceskosten heeft gevraagd.

De rechtbank heeft de zaak zonder zitting behandeld en geoordeeld dat verweerder de proceskosten moet vergoeden omdat het beroep is ingetrokken nadat verweerder aan het verzoek van verzoeker tegemoet is gekomen. De proceskosten zijn vastgesteld op €218,75, gebaseerd op het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor van 0,25 vanwege de beperkte aard van het geschil.

Daarnaast is verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht aan verzoeker. De uitspraak is gedaan op 21 mei 2024 door rechter R.C. Stijnen, waarbij de griffier A.F. Klomp aanwezig was.

Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €218,75 aan proceskosten en het griffierecht aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/126

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 mei 2024 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. N. El Allali),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 8 januari 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag door verweerder.
Op 28 februari 2024 heeft verweerder een besluit genomen. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld binnen twee weken te reageren op het verzoek om veroordeling van de proceskosten. Verweerder heeft gereageerd op dit verzoek met brief van 3 april 2024.

Overwegingen

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoeker) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen
.Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. De rechtbank ziet aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die verzoekster in verband met de behandeling van het beroep tot aan deze uitspraak heeft moeten maken.
4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoeker die verweerder moet betalen vast op
€ 218,75 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van
€ 875,- en een wegingsfactor 0,25). Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een wegingsfactor van 0,25 toegepast.
5. Verweerder moet ook het griffierecht aan verzoeker betalen (artikel 8:41 Awb Pro).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 218,75 aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van A.F. Klomp, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.