ECLI:NL:RBMNE:2024:3771

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 mei 2024
Publicatiedatum
18 juni 2024
Zaaknummer
UTR 24/1763
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 3:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening beroepschrift tegen besluit gemeente Almere

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de heffingsambtenaar van de gemeente Almere van 13 december 2023. De rechtbank heeft het beroep niet inhoudelijk behandeld omdat het beroepschrift te laat werd ontvangen, namelijk op 25 januari 2024, terwijl de uiterste termijn 24 januari 2024 was.

De rechtbank heeft eiser in de gelegenheid gesteld om een reden voor de te late indiening te geven via een aangetekende brief van 22 maart 2024, maar eiser heeft hier niet op gereageerd. Hierdoor is niet aannemelijk gemaakt dat het beroepschrift tijdig was ingediend.

Omdat de termijn voor het indienen van een beroepschrift een fatale termijn is, kan deze niet worden verlengd. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk verklaard conform artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder geldige reden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/1763

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 mei 2024 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser,

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Almere, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van
13 december 2023.

Overwegingen

1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Een beroep moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van Pro de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt.
3. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 13 december 2023. Het beroepschrift had dus uiterlijk op 24 januari 2024 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 25 januari 2024. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. Eiser heeft geen reden gegeven waarom hij te laat was. Hiertoe is eiser wel in de gelegenheid gesteld bij (aangetekende) brief van 22 maart 2024. De brief is verstuurd via het digitale systeem van de rechtbank. Eiser heeft hiervan een melding ontvangen. Omdat eiser digitaal deelneemt aan het systeem, geldt de brief van 22 maart 2024 als een aangetekende brief. Eiser heeft hierop niet gereageerd.
5. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat het beroepschrift op tijd is ingediend. Het beroep is dus te laat. Verder overweegt de rechtbank dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift een fatale termijn is. Dit betekent dat de duur van die termijn niet kan worden gewijzigd en dat het beroep zonder verschoonbare omstandigheden, zoals in dit geval, niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
6. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van
A.F. Klomp, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.