ECLI:NL:RBMNE:2024:3765
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen te hoge WOZ-waarde woning zonder voldoende onderbouwing
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €386.000 per 1 januari 2022. De heffingsambtenaar heeft deze waarde gehandhaafd in de uitspraak op bezwaar, waarop eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar onvoldoende bewijs heeft geleverd om de vastgestelde waarde te onderbouwen, omdat geen taxatiematrix of volledig taxatierapport is overgelegd. De door eiser overgelegde taxatiematrix is een bewerkte versie en het taxatieverslag bevat onvoldoende gegevens over waardebepalende verschillen met vergelijkingswoningen.
Eiser heeft zijn lagere waarde van €340.000 niet aannemelijk gemaakt, noch de in bezwaar overgelegde waarde van €348.000 onderbouwd. Daarom stelt de rechtbank de WOZ-waarde schattenderwijs vast op €350.000. Tevens veroordeelt de rechtbank de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt schattenderwijs vastgesteld op €350.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd.