Eiser heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort. De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat het niet voldoet aan de wettelijke vereisten omdat het niet is ondertekend, zoals vereist op grond van artikel 6:5 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank heeft eiser per aangetekende brief verzocht binnen vier weken een ondertekend beroepschrift in te dienen. Eiser heeft hier niet op gereageerd. Hierdoor kan de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelen en verklaart zij het beroep kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54 AwbPro.
Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter S.C.A. van Kuijeren en griffier P.W. Hogenbirk op 15 maart 2024. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken een verzetschrift in te dienen als hij het niet eens is met deze beslissing.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een ondertekend beroepschrift.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
Zaaknummer: UTR 23/5860
Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 maart 2024 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort,verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 24 oktober 2023.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet het beroepschrift ondertekenen. Dit staat in artikel 6:5 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt kan de rechtbank bepalen dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.
3. De rechtbank heeft eiser op 12 februari 2024 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat hij binnen vier weken een ondertekend beroepschrift moet indienen.
4. Eiser heeft niet (op tijd) gereageerd op deze brief.
5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54, van de Awb). Het beroep zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld.
6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier .De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.