Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2024:3638

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
30 mei 2024
Publicatiedatum
12 juni 2024
Zaaknummer
UTR 23/3490
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep naturalisatie wegens niet-betaling griffierecht

Deze uitspraak betreft het beroep van eiseres tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 14 juni 2023 over haar verzoek om naturalisatie.

De rechtbank heeft het beroep niet inhoudelijk behandeld omdat eiseres het griffierecht van €184 niet heeft betaald, ondanks een aangetekende aanmaning van 14 september 2023. Er is geen geldige reden aangevoerd voor het niet betalen van het griffierecht.

Op grond van artikel 8:41 Awb Pro is het betalen van griffierecht verplicht om in beroep te kunnen gaan. De rechtbank volgt de hoofdregel dat bij niet-betaling het beroep niet-ontvankelijk is. Daarom wordt het beroep niet inhoudelijk behandeld en krijgt eiseres geen proceskostenvergoeding.

De uitspraak is gedaan door rechter L.M. Henderson en griffier A.W. van Eerden op 30 mei 2024 te Utrecht.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/3490

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 mei 2024 in de zaak tussen

[eiseres] , [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. M. Flipse)
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: Y. Rikken).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder van
14 juni 2023 met betrekking tot het verzoek van eiseres om naturalisatie.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 184 ,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres op 14 september 2023 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiseres heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van Pro de Awb).
7. Eiseres krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Henderson, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.W. van Eerden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
30 mei 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.