ECLI:NL:RBMNE:2024:3620
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring sociale huurwoning wegens niet voldoen aan zelfstandige woonruimte eis
De zaak betreft het beroep van eiser tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om geen urgentieverklaring te verlenen, waardoor eiser geen voorrang krijgt bij toewijzing van een sociale huurwoning. Het college wees de aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan de eis dat hij zelfstandige woonruimte achterlaat, een voorwaarde uit de huisvestingsverordening.
Eiser woont na zijn scheiding tijdelijk bij familie en slaapt soms in zijn auto of bij vrienden, en voldoet daarmee niet aan de zelfstandige woonruimte-eis. Hij betoogt dat deze eis in zijn specifieke situatie onevenredig is, omdat hij na de scheiding zijn woonprobleem heeft proberen op te lossen door zijn ex-partner in de woning te laten en zelf elders te verblijven.
De rechtbank overweegt dat de eis een gebonden besluit is, maar dat in bijzondere gevallen de hardheidsclausule uit de verordening kan worden toegepast om van deze eis af te wijken. Eiser stelde een medische noodsituatie aan de orde vanwege psychische klachten na een geweldsincident en angst voor de dader in de buurt.
De rechtbank oordeelt dat het college terecht heeft geweigerd de hardheidsclausule toe te passen, omdat er geen sprake is van een levensbedreigende situatie en het criterium van bijzondere hardheid mag worden gehanteerd gezien de schaarste aan sociale huurwoningen. Ook was verder onderzoek naar de medische situatie niet noodzakelijk. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen urgentie te verlenen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen urgentie te verlenen.