Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.VRIJSPRAAK
5.WAARDERING VAN HET BEWIJS
[ik]de mij meest in het oog springende persoon met een vuurwapen in zijn hand zag staan en op de man schieten die naar de grond was gegaan. [3] Ik kan de verdachte met het vuurwapen als volgt omschrijven: een man. Ik zag dat hij een zwarte helm op zijn hoofd droeg. Ik zag dat zijn ogen afgedekt waren. Zoals ik het gezien heb, kan ik zeggen dat het eruit zag alsof de verdachte met het vuurwapen wist waar hij mee bezig was en doelbewust richtte en schoot op het slachtoffer. Toen ik het geluid van knallen hoorde, meende ik een zestal knallen te hebben gehoord. Ik hoorde de knallen kort achter elkaar komen. Toen ik ging kijken, hoorde ik weer een tweetal schoten. [4]
[de rechtbank begrijpt uit het bijgesloten kaartje: op de [straat] in [woonplaats] ]. Wat kan jij daarover vertellen?
A: In de rugzak. Hij heeft hem met rugzak en al dicht bij de motor in de bosjes gelegd. [35]
DNA kan afkomstig zijn van: één man: verdachte [verdachte] .
Object: Vuurwapen. SIN: AAPE3480NL. [46]
AAPE3453NL Munitie (huls)
AAPH1988NL Munitie (huls)
6.BEWEZENVERKLARING
7.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
8.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
9.OPLEGGING VAN STRAF
10.BESLAG
11.BENADEELDE PARTIJ
12.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
13.BESLISSING
Oplegging straf
gevangenisstrafvan
vijftien (15) jaren;