Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
- de in beslag genomen verdovende middelen (G3121111, G3121072 en G3121115) zal onttrekken aan het verkeer;
- het in beslag genomen valse geld (G3127992 en G3127996) zal onttrekken aan het verkeer;
- het in beslag genomen (valse) geld (G3121106), voor zover het de 196 valse geldbiljetten betreft, zal onttrekken aan het verkeer;
- het in beslag genomen (valse) geld (G3121106) zal verbeurdverklaren, voor zover het gaat om het niet valse geldbiljet;
- zal gelasten dat de in beslag genomen telefoon (G3120703) teruggegeven moet worden aan verdachte.
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 33, 33a, 36c, 36d, 47 van het Wetboek van Strafrecht en
- 2, 10 en 13a van de Opiumwet;
11.BESLISSING
gevangenisstrafvan
16 maanden;
- 1 STK verdovende middelen (G3121111);
- 1 STK verdovende middelen (G3121072);
- 1 STK verdovende middelen (G3121115);
- 1000 STK geld Vals (G3127994);
- 500 STK Geld Vals (G3121106), voor zover het de 196 valse geldbiljetten betreft;
- 500 STK Geld Vals (G3127992);
- 500 STK Geld Vals (G3127996);
hij op of omstreeks 15 februari 2023 te Utrecht (de Rijksweg A12 rechts), althans in
Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht
en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig
heeft gehad, ongeveer 3988,3 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende Cocaïne,
zijnde Cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende
lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet
( art 10 lid 4 Opiumwet Pro, art 2 ahf Pro/ond B Opiumwet )
hij op of omstreeks 15 februari 2023 te Utrecht (de Rijksweg A12 rechts),
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk een of meer bankbiljetten, te weten:
- een / meerdere Deense Kroon/Kronen, en/of
- een/ meerdere Zweedse Kroon/Kronen,
die hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zelf heeft/hebben nagemaakt en/of
vervalst en/of waarvan de valsheid en/of vervalsing hem/hen, toen hij deze
ontving(en) bekend was met het oogmerk om deze als echt en onvervalst uit te
geven en/of te doen uitgeven,
in voorraad heeft/hebben gehad;
( art 209 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht )