ECLI:NL:RBMNE:2024:3575
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom illegaal gebruik arken
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter op 4 juni 2024 uitspraak gedaan over twee verzoeken om voorlopige voorziening van verzoekster tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht. De besluiten betreffen het opleggen van bestuurlijke boetes en lasten onder dwangsom vanwege het illegale gebruik van arken voor bewoning of vakantiehuur.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen beide besluiten en vroeg onder meer om het staken van de uitvoering van de last onder dwangsom en het opschorten van begunstigingstermijnen. De voorzieningenrechter constateerde dat de verzoeken te laat waren ingediend, waardoor de dwangsommen van rechtswege waren verbeurd en er geen spoedeisend belang meer bestond.
De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij onverwijlde spoed, en dat het ontbreken daarvan betekent dat alleen bij evidente onrechtmatigheid een voorziening kan worden gegeven. In deze zaak was geen sprake van evidente onrechtmatigheid. Ook was niet gebleken dat het college al tot invordering was overgegaan.
Daarom zijn de verzoeken kennelijk ongegrond en worden ze afgewezen. De lasten onder dwangsom blijven in stand in afwachting van de behandeling van de bezwaren. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evidente onrechtmatigheid.