ECLI:NL:RBMNE:2024:3502
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij uitkeringsweigering
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend bij het UWV voor een uitkering wegens betalingsonmacht, welke is afgewezen. Na bezwaar handhaafde het UWV het besluit. Verzoekster vroeg vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening en om de mogelijkheid te krijgen beroep in te stellen tegen het bezwaarbesluit.
De voorzieningenrechter oordeelde dat bij financiële geschillen zoals deze niet snel sprake is van onverwijlde spoed, tenzij er sprake is van een acute financiële noodsituatie zoals dreigende uithuiszetting of afsluiting van essentiële voorzieningen. Verzoekster heeft haar financiële situatie toegelicht, maar niet aannemelijk gemaakt dat zij onder het sociaal minimum leeft of in een acute noodsituatie verkeert.
Daarnaast is het besluit van het UWV niet evident onrechtmatig, aangezien zonder diepgaand onderzoek niet ernstig getwijfeld hoeft te worden aan de juistheid ervan. Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk ongegrond en wordt het afgewezen. Verzoekster kan een reguliere beroepsprocedure starten tegen het bezwaarbesluit.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en evident onrechtmatigheid.