Stichting Diervriendelijk Nederland had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door het Erasmus MC op een verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid. Nadat het Erasmus MC alsnog deels instemde met het verzoek, trok de opposante het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten. De rechtbank wees dit verzoek op 6 februari 2024 af zonder zitting, omdat zij oordeelde dat over de uitkomst geen redelijke twijfel bestond.
De opposante ging in verzet tegen deze uitspraak. Tijdens de zitting op 25 april 2024 was de gemachtigde van opposante aanwezig, verweerder niet. De rechtbank moest beoordelen of het zonder zitting afdoen terecht was. De rechtbank concludeert dat zij onvoldoende kon vaststellen dat de gemachtigde van opposante geen beroepsmatige rechtsbijstand verleent, mede omdat het KvK-uittreksel onvoldoende duidelijkheid gaf.
Daarom oordeelt de rechtbank dat het verzoek niet zonder meer en buiten redelijke twijfel had mogen worden afgewezen zonder zitting. Het verzet wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vervalt en de zaak wordt op een zitting verder behandeld. Een inhoudelijke beslissing over de proceskostenvergoeding volgt in de einduitspraak.