ECLI:NL:RBMNE:2024:3462
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning terras wegens overschrijding beleidsregels tijdelijke vergunning
Eiser woont nabij een horecalocatie waar vergunninghoudster een terras wil realiseren. Het college verleende een tijdelijke omgevingsvergunning tot 20 oktober 2025, ondanks dat de beleidsregels tijdelijke terrasverruiming slechts tot eind 2024 voorzien. Eiser maakte bezwaar tegen het besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank overweegt dat de aanvraag onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) valt en dat het terras in strijd is met het bestemmingsplan, maar dat het college een afwijkingsbevoegdheid heeft om een vergunning te verlenen als dit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De rechtbank oordeelt dat het college redelijk heeft gehandeld ten aanzien van de openingstijden en het aantal zitplaatsen.
Echter, de rechtbank stelt vast dat het college de vergunning heeft verleend voor een periode die langer is dan de beleidsregels toelaten. Het college erkent dit in het verweerschrift, maar handhaaft het besluit. De rechtbank vernietigt daarom het besluit en stelt de vergunningseinddatum vast op 31 december 2024. Tevens wordt het door eiser betaalde griffierecht vergoed, maar proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat eiser geen gemachtigde heeft en geen extra kosten heeft aangetoond.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit en stelt de vergunningseinddatum vast op 31 december 2024.