ECLI:NL:RBMNE:2024:3395
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring wrakingsverzoek wegens ontbreken behandelend rechter en administratieve griffierechtnota
Verzoeker diende op 25 mei 2024 een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een bestuursrechtelijke hoofdzaak met kenmerk UTR 24/1882. Verzoeker stelde dat het ontvangen van griffierechtnota's in april en mei 2024, ondanks een eerdere gegrondverklaring van zijn verzet tegen griffierecht in oktober 2023, aanleiding gaf tot het vermoeden van partijdigheid van de rechter.
De wrakingskamer heeft het verzoek buiten zitting behandeld en overwogen dat op het moment van beoordeling nog geen rechter aan de hoofdzaak was gekoppeld. Hierdoor ontbrak een behandelend rechter die gewraakt kon worden, wat het wrakingsverzoek reeds ongegrond maakt. Daarnaast is het versturen van griffierechtnota's een administratieve taak van de griffier en vormt dit geen feit of omstandigheid die de rechterlijke onpartijdigheid schaadt.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestaat en wees het wrakingsverzoek af. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is ongegrond verklaard omdat er nog geen rechter aan de hoofdzaak is gekoppeld en het versturen van griffierechtnota's een administratieve handeling betreft.