Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna te noemen: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d van het Wetboek van Strafrecht en
- 3 en 11 van de Opiumwet;
11.BESLISSING
240 dagen;
gedeelte van 134 dagen,
nietzal worden
ten uitvoer gelegd,tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstrafvan
240 uren;
- 1 STK Personenauto (G3233479);
- 20 EUR IBG (G3233518);
- 20 EUR IBG (GG3233521);
- 50 EUR IBG (G3233526).
( art 11 lid 2 Opiumwet Pro, art 3 ahf Pro/ond B Opiumwet )