Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
inleiding
(…)
kgf, terwijl dat rechts 28
kgfis. De deskundigen hebben verder naar het relaas van [verzoekster] geluisterd en daarin geen reden gevonden te twijfelen aan wat zij als klachten en beperkingen schetst. Ook is hun conclusie dat dat wat [verzoekster] ervaart aan haar linkerarm overeenkomt met hun eigen onderzoeksbevindingen. Kennelijk hebben de deskundigen aanleiding gezien de spierkracht op deze manier, genuanceerd(er), weer te geven. Dat dit aspect niet voldoende gemotiveerd is, ziet de rechtbank niet in. De aangebrachte nuancering duidt eerder op het tegendeel. Verder geldt dat de gradering het gevolg is van een (in)schatting die de neuroloog maakt, dat is geen exacte wetenschap. Dat een andere neuroloog tot een net iets andere inschatting en uitkomst komt, betekent niet dat de conclusie van de neuroloog van het [organisatie 2] niet juist is. Het impliceert daarom ook niet dat er sprake is van een zwaarwegend bezwaar. Hierbij heeft de rechtbank ook meegewogen dat de meerwaarde van het onderzoek door de [organisatie 2] deskundigen ligt in het feit dat zij [verzoekster] daadwerkelijk hebben gezien en gesproken, in tegenstelling tot [I] en [J] , die het slechts met de (concept-)rapporten hebben moeten doen.
Ook de omstandigheid dat de richtlijn van neurologen (NVvN-Richtlijn) verkeerd zou zijn toegepast is op zichzelf geen zwaarwegend bezwaar. Ook als een ander percentage, 8 of 9, meer zou passen maakt dat nog niet dat het rapport niet bruikbaar is door de (beperkte) betekenis die aan zo’n percentage moet worden toegekend. Het rapport moet in zijn geheel bekeken worden, waarbij bovendien ook het vastgestelde percentage blijvende invaliditeit in traumachirurgisch opzicht van 1% moet worden betrokken. Dat laatste lijken de door [verweerster] geraadpleegde deskundigen buiten beschouwing te hebben gelaten.
pm. [verweerster] zal tot betaling daarvan aan [verzoekster] worden veroordeeld.
4. De beslissing
pmen veroordeelt [verweerster] tot betaling daarvan aan [verzoekster] ;
. [1]