Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 24 mei 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Eiser heeft procesbelang
Geheimhouding
Beoordeling van de beroepsgronden
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser, sinds 2016 in dienst als verkoopadviseur, meldde zich in 2020 ziek en vroeg in 2022 een WIA-uitkering aan. UWV kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe en concludeerde dat de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen had geleverd, waardoor geen loonsanctie werd opgelegd. Eiser stelde dat de werkgever tekort was geschoten in haar re-integratieverplichtingen en startte bezwaar en beroep.
De rechtbank oordeelde dat het bestuursrecht niet bevoegd is om arbeidsconflicten binnen de arbeidsrelatie te beoordelen; dat is de taak van de kantonrechter. De werkgever werd niet als belanghebbende partij toegelaten omdat een gegrond beroep niet tot het alsnog opleggen van een loonsanctie kan leiden. De rechtbank toetste het UWV-besluit en concludeerde dat de re-integratie-inspanningen voldoende waren, mede omdat mediationtrajecten waren ingezet en passende werkzaamheden in spoor 1 en 2 waren aangeboden.
Hoewel eiser de re-integratie als problematisch ervoer en de werkgever nalatigheden toedichtte, waren er geen objectieve aanwijzingen dat kansen tot re-integratie waren gemist. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot vergoeding van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit blijft in stand.