Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna te noemen: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
.De raadsvrouw voert daartoe aan dat verdachte ontkent en dat het dossier vier ontlastende getuigenverklaringen bevat. Deze getuigen verklaren allen dat verdachte de bewuste avond thuis was. De verklaring van aangever en zijn vrouw, getuige [getuige ] , moeten als onbetrouwbaar terzijde worden geschoven.
(oppervlakkig)
zijn hand. Ik zag in het ziekenhuis de wond aan zijn borst.
5.BEWEZENVERKLARING
met dat opzet meermalen, (telkens) met een mes,- in de borst(streek) (borstbeen), van die [slachtoffer] heeft gestoken en- in het duimweb, van die [slachtoffer] heeft gestoken,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
opzettelijk toebrengen van middel zwaar lichamelijk letsel met behulp van een wapen (niet zijnde een vuurwapen)als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zeven maanden wordt genomen. Nu het een poging betreft, zou een derde van de straf afgetrokken moeten worden.
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
een gevangenisstrafvan
twee (2) maanden;
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
proeftijd van twee jarenvast;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstrafvan
240 uren;
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 1.000,-;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 april 2021 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op dit moment begroot op € 1.042,-;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 1.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 april 2021 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 20 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
- in de borst(streek) (borstbeen), althans in het (boven)lichaam, van die [slachtoffer] heeft gestoken en/of
- in het duimweb, althans de hand, van die [slachtoffer] heeft gestoken,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 287 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )
- in de borst(streek) (borstbeen), althans in het (boven)lichaam, van die [slachtoffer] heeft gestoken en/of
- in het duimweb, althans de hand, van die [slachtoffer] heeft gestoken,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 302 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )