ECLI:NL:RBMNE:2024:3111

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 mei 2024
Publicatiedatum
17 mei 2024
Zaaknummer
UTR 23/4466
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:1 AwbArt. 7:1 AwbArt. 1:3 AwbArt. 1:6 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid bestuursrechter bij gratieverzoek tegen geldboete onder €350

Eiser heeft een gratieverzoek ingediend voor een geldboete van €250, maar de Minister voor Rechtsbescherming gaf aan dit verzoek niet te kunnen behandelen omdat gratie alleen mogelijk is bij boetes hoger dan €350. Eiser stelde beroep in tegen deze beslissing. De rechtbank overwoog dat een gratieverzoek betrekking heeft op een strafrechtelijke beslissing en dat de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet van toepassing is op besluiten over de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen. Omdat het gratieverzoek ziet op een strafrechtelijke beslissing, is de bestuursrechter kennelijk onbevoegd om van het beroep kennis te nemen. De rechtbank verklaarde het beroep dan ook niet-ontvankelijk en deed uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het niet-behandelen van het gratieverzoek.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/4466

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 mei 2024 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

de Minister voor Rechtsbescherming.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van verweerder van 24 augustus 2023.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiser heeft op 14 juli 2023 gratieverzoek ingediend voor een geldboete van €250,-. Verweerder heeft aangegeven dat hij het verzoek niet kan behandelen. Gratie van een geldboete kan namelijk alleen als de geldboete hoger is dan € 350,-. Hier is eiser het niet mee eens, daarom heeft hij beroep ingesteld.
3. Uit artikel 8:1 van Pro de Awb, gelezen in samenhang met artikel 7:1 van Pro de Awb, vloeit voort dat alleen beroep kan worden ingediend tegen een besluit. In artikel 1:3, eerste lid, van de Awb is bepaald wat een besluit is, namelijk een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Uit artikel 1:6 van Pro de Awb volgt dat de Awb niet van toepassing is op besluiten omtrent de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen. Daar vallen ook besluiten over gratieverzoeken van strafrechtelijke beslissingen onder.
4. De rechtbank overweegt dat eiser een strafbeschikking heeft gehad wegens overtreding van artikel 184 van Pro het Wetboek van Strafrecht. De geldboete van € 250,- is derhalve een strafrechtelijke beslissing. Het gratieverzoek dat eiser heeft ingediend ziet ook op die beslissing. De bestuursrechter is daarom kennelijk onbevoegd om kennis te nemen van het beroepschrift.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van
mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
14 mei 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.