Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Procesverloop
2. Waar de zaak over gaat
3. De beoordeling
€ 135,00
Rechtbank Midden-Nederland
Partijen sloten een uitzendovereenkomst waarbij eiseres een uitzendkracht ter beschikking stelde aan gedaagde. Eiseres factureerde gedaagde voor de gewerkte uren, maar gedaagde verrekende een deel van het factuurbedrag met een schadebedrag wegens vermeende motorschade aan een voertuig.
Gedaagde stelde dat eiseres aansprakelijk was voor de schade veroorzaakt door de uitzendkracht, maar de kantonrechter oordeelde dat gedaagde geen geldige schadevergoedingsvordering had. Zowel een tekortkoming op grond van artikel 6:74 BW Pro als aansprakelijkheid op grond van artikel 6:170 in Pro verbinding met artikel 6:162 BW Pro werden verworpen.
De kantonrechter stelde vast dat het gebruik van het voertuig door de uitzendkracht niet onderdeel was van de overeenkomst en dat de feitelijke zeggenschap over de uitzendkracht bij gedaagde lag, waardoor het risico van de schade bij gedaagde ligt.
De vordering van eiseres tot betaling van het resterende factuurbedrag, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten werd toegewezen. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van deze bedragen en de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde moet het resterende factuurbedrag en incassokosten aan eiseres betalen en is veroordeeld in de proceskosten.