ECLI:NL:RBMNE:2024:2963

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
13 mei 2024
Publicatiedatum
13 mei 2024
Zaaknummer
574427 HA RK 24-93
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArtikel 6.2 Wrakingsprotocol
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens ontbreken advocaatondertekening in echtscheidingsprocedure

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in twee echtscheidingszaken betreffende de verdeling van gemeenschappelijke bezittingen. Het verzoek was niet ondertekend door een advocaat, terwijl in de hoofdzaak verplichte procesvertegenwoordiging geldt.

Tijdens de mondelinge behandeling kreeg verzoeker de mogelijkheid om alsnog een advocaat te zoeken en binnen een week een ondertekend wrakingsverzoek in te dienen. Verzoeker gaf aan dit om financiële redenen niet te zullen doen.

De wrakingskamer oordeelde dat het ontbreken van een advocaatsondertekening leidt tot niet-ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens het wrakingsverzoek.

De beslissing werd in het openbaar uitgesproken en is onherroepelijk. De griffier draagt zorg voor de verzending van de beslissing aan alle betrokken partijen.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek wegens het ontbreken van een door een advocaat ondertekend verzoek.

Uitspraak

Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 574427 HA RK 24-93
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken ter zitting van 7 mei 2024
inzake het verzoek in de zin van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] , Duitsland
(verder: verzoeker),
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het wrakingsverzoek, dat op 30 april 2024 door de wrakingskamer is ontvangen,
  • de schriftelijke reactie van mr. N. Chedra (verder: de rechter) van 6 mei 2024,
  • het bericht van verzoeker van 7 mei 2024.
1.2.
Het wrakingsverzoek is op 7 mei 2024 in het openbaar behandeld door de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken (verder: de wrakingkamer). Daarbij is verzoeker verschenen via een videoverbinding. Hij werd bijgestaan door de heer [A] , een vriend die voor hem vertaalde.
1.3.
Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de wrakingskamer de beslissing in het openbaar uitgesproken. Hetgeen hierna volgt is een schriftelijke uitwerking van die uitspraak conform artikel 6.2 van het Wrakingsprotocol.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Het verzoek tot wraking is gericht tegen mr. N. Chedra als behandelend rechter, in de zaken met rekestnummers 16/560360 / FA RK 23-1408 en 16/566404 / FA RK 23-2118. Deze zaken gaan over de echtscheiding en verdeling van de gemeenschappelijke bezittingen van verzoeker en zijn voormalig echtgenoot.
2.2.
Verzoeker legt aan zijn wrakingsverzoek onder meer ten grondslag dat zijn voormalig echtgenoot op 11 mei 2023 een echtscheidingsprocedure is gestart. Hij stelt dat de rechtbank verkeerde beslissingen heeft genomen en dat er al een jaar niets is gedaan en nog steeds niet wordt gedaan om het geschil tot een goed einde te brengen.
2.3.
De rechter heeft niet berust in de wraking.

3.De beoordeling

3.1.
De wrakingskamer stelt vast dat in de hoofdzaak van verzoeker verplichte procesvertegenwoordiging geldt. In procedures waarin procesvertegenwoordiging verplicht is, is ondertekening van een schriftelijk wrakingsverzoek door een advocaat vereist (zie 2.1.2 van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank). Dit betekent dat verzoeker alleen met bijstand van een advocaat een schriftelijk wrakingsverzoek kan indienen.
3.2.
Het verzoek tot wraking dat op 30 april 2024 door de wrakingskamer is ontvangen is niet ondertekend door een advocaat. Dat is tijdens de mondelinge behandeling met verzoeker besproken. Daarbij is verzoeker de gelegenheid geboden om een advocaat te zoeken en binnen een week alsnog een door een advocaat ondertekend wrakingsverzoek in te dienen. Verzoeker heeft daarop aangegeven dat hij om financiële redenen geen gebruik zal maken van die mogelijkheid.
3.3.
Omdat het wrakingsverzoek niet is ondertekend door een advocaat, is verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.

4.De beslissing

De wrakingskamer:
4.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
4.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, de betrokken teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is, en de president van deze rechtbank;
4.3.
bepaalt dat de procedures van verzoeker met rekestnummers 16/560360 / FA RK 23-1408 en 16/566404 / FA RK 23-2118 moeten worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevonden op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.C. Stijnen, voorzitter, mr. J.P. Killian en mr. N.A.J. Purcell als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. E.M. Schutte, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2024.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.