ECLI:NL:RBMNE:2024:2903

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 mei 2024
Publicatiedatum
8 mei 2024
Zaaknummer
11031955
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woonruimte wegens overlast en vernieling toegewezen in kort geding

In deze zaak vordert eiseres ontruiming van een onzelfstandige woonruimte die door gedaagde wordt gehuurd sinds december 2021. Eiseres stelt dat gedaagde overlast veroorzaakt door luidruchtige ruzies, bedreigingen aan medehuurders en vernielingen aan de deur van de kamer. Gedaagde is niet verschenen in de procedure, waardoor verstek is verleend.

De kantonrechter neemt de stellingen van eiseres als juist aan vanwege het ontbreken van verweer. Gezien de overlast en vernielingen acht de rechter het aannemelijk dat de huurovereenkomst zal worden ontbonden in een bodemprocedure, waardoor ontruiming gerechtvaardigd is. De termijn voor ontruiming wordt vastgesteld op zeven dagen na betekening van het vonnis.

De vordering tot oplegging van een dwangsom wordt afgewezen vanwege het ontbreken van een onderbouwing waarom een extra prikkel nodig is. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en de wettelijke rente. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de ontruiming ook bij hoger beroep kan worden uitgevoerd.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de woonruimte binnen zeven dagen na betekening en betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11031955 \ UV EXPL 24-81 RJ/58605
Vonnis in kort geding van 8 mei 2024
in de zaak van
[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. R. Jansen,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
[eiseres] heeft [gedaagde] op 16 april 2024 gedagvaard voor de kantonrechter.
1.2.
Op 26 april 2024 is de zaak besproken tijdens een mondelinge behandeling, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. Daarbij was aan de zijde van [eiseres] mevrouw [A] aanwezig, samen met mr. Jansen. [gedaagde] is niet verschenen.
1.3.
Aan het einde van de zitting heeft de kantonrechter bepaald dat het vonnis vandaag zal worden uitgesproken.

2.Waar gaat deze zaak over?

2.1.
[gedaagde] huurt sinds 13 december 2021 van [eiseres] een onzelfstandige woonruimte (kamer [.] ) aan het adres [straat] [nummeraanduiding 1] - [nummeraanduiding 2] in [plaats] . [eiseres] stelt dat [gedaagde] overlast veroorzaakt door luidruchtig ruzie te maken met haar vriend, medehuurders te bedreigen, en dat zij twee keer de deur van haar kamer heeft vernield. [eiseres] vordert daarom ontruiming van het gehuurde op straffe van een dwangsom van € 50,00 per dag met een maximum van € 10.000,00 en veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

3.Wat oordeelt de kantonrechter?

Verstek

3.1.
De kantonrechter verleent verstek tegen [gedaagde] , omdat de bij de wet voorgeschreven formaliteiten en termijnen voor oproeping van [gedaagde] in acht zijn genomen en zij niet in het geding is verschenen en niet om uitstel heeft verzocht.
Spoedeisend belang
3.2.
Naar [eiseres] heeft gesteld en [gedaagde] niet heeft weersproken, veroorzaakt [gedaagde] overlast voor de andere huurders in het pand en heeft vernielingen aan het gehuurde aangebracht. Mede gelet op de verantwoordelijkheid die [eiseres] heeft naar de andere huurders in het pand, heeft [eiseres] daarom een spoedeisend belang bij haar vordering.
Ontruiming
3.3.
Omdat [gedaagde] in deze procedure geen verweer heeft gevoerd tegen de vorderingen en de gestelde feiten en omstandigheden waarop [eiseres] haar vorderingen baseert, gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de stellingen van [eiseres] . In dat licht is voldoende aannemelijk dat de huurovereenkomst tussen [eiseres] en [gedaagde] in een bodemprocedure zal worden ontbonden, zodat de door [eiseres] gevorderde ontruiming gerechtvaardigd is. De vordering tot ontruiming van [gedaagde] is niet kennelijk ongegrond of onrechtmatig en is daarom toewijsbaar. De termijn zal de kantonrechter bepalen op zeven dagen na betekening van dit vonnis.
Dwangsom
3.4.
Gelet op het feit dat [eiseres] met de toewijzing van de veroordeling tot ontruiming reeds een titel heeft om zelf, via de weg van de reële executie, tot gedwongen ontruiming over te gaan, dient zij te onderbouwen op grond waarvan een extra prikkel om tot ontruiming over te gaan in de vorm van een op te leggen dwangsom nodig is. Nu een dergelijke onderbouwing ontbreekt, wordt de vordering tot het opleggen van een dwangsom afgewezen.
Proceskosten
3.5.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
137,93
- griffierecht
130,00
- salaris gemachtigde
543,00
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
945,93
3.6.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.7.
De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen 7 (zeven) dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde aan de [straat] [nummeraanduiding 1] - [nummeraanduiding 2] te [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [eiseres] zijn, en de sleutels af te geven aan [eiseres] ,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 945,93, te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen 14 dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Wagenaar en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2024.