Deze bestuursrechtelijke zaak betreft de weigering van de minister van Infrastructuur en Waterstaat om ontheffing te verlenen voor het realiseren van drive-thru’s bij wegrestaurants van eiseres. Na een eerdere tussenuitspraak waarin de rechtbank oordeelde dat de minister zonder toereikende motivering handelde, gaf de rechtbank de minister de gelegenheid om het motiveringsgebrek te herstellen.
De minister heeft in reactie op de tussenuitspraak echter geen nieuwe besluitvorming verricht maar enkel een nadere motivering gegeven die feitelijk neerkomt op een herhaling en uitbreiding van de eerdere motivering, waarbij het oordeel van de rechtbank werd betwist. De rechtbank oordeelt dat dit niet voldoet aan de vereisten om het gebrek te herstellen.
De rechtbank blijft bij haar eerdere oordeel en vernietigt de bestreden besluiten van 28 juli 2022 wegens strijd met de artikelen 4:84 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. De minister wordt opgedragen opnieuw te beslissen waarbij de eerdere uitspraken in acht moeten worden genomen.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht en de proceskosten conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Rechtbank Midden-Nederland op 22 april 2024.