Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2] B.V.,
1.De procedure
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
€ 1.107,00(tarief gemiddelde zaak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kortgedingprocedure staat centraal of tussen partijen sprake is van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht, en de geldigheid van het concurrentie-, relatie- en anti-ronselbeding in een vaststellingsovereenkomst. De voorzieningenrechter stelt vast dat geen arbeidsovereenkomst is gesloten, mede omdat partijen niet tot overeenstemming kwamen over voorwaarden en er geen schriftelijke arbeidsovereenkomst bestaat.
De vaststellingsovereenkomst is niet onder druk tot stand gekomen en de beperkende bedingen zijn geldig. De rechter oordeelt dat het concurrentiebeding niet is overtreden omdat de werkzaamheden van gedaagden binnen de installatietechniek passen en niet concurrerend zijn in de zin van het beding. Wel is het relatiebeding overtreden doordat gedaagden contact hebben gehad met twee klanten van eiseres, waarvoor zij een boete van € 10.000,- moeten betalen.
Het anti-ronselbeding is niet overtreden omdat onvoldoende aannemelijk is dat gedaagden werknemers van eiseres hebben benaderd om hun dienstverband te beëindigen. De overige vorderingen worden afgewezen. Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van proceskosten en nakosten. De gestelde schending van de waarheidsplicht wordt niet aangenomen.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot nakoming van de bedingen en betaling van € 10.000,- boete wegens overtreding relatiebeding, met proceskostenveroordeling.