Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de pleitnota van [eiseres] ;
- de wijziging van eis van [eiseres] .
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kortgedingprocedure vordert eiseres betaling van een huurachterstand en ontruiming van een woning die sinds 1 april 2021 wordt verhuurd aan gedaagde sub 1 en gedaagde sub 2. Vanaf oktober 2023 is een huurachterstand ontstaan die opgelopen is tot €9.800,00 tot 1 mei 2024. Gedaagde sub 1 verscheen niet op de zitting, waardoor verstek tegen hem werd verleend.
Tijdens de mondelinge behandeling wijzigde eiseres haar eis ten aanzien van de ontruiming, omdat gedaagde sub 1 de woning al in augustus 2023 had verlaten. De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang vanwege de aanzienlijke en oplopende huurachterstand. Gezien de huurbescherming en de impact van ontruiming wordt terughoudendheid betracht, maar de huurachterstand van zeven maanden rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming.
De kantonrechter veroordeelt gedaagde sub 2 om binnen veertien dagen na betekening de woning te ontruimen en veroordeelt beide gedaagden tot betaling van de huurachterstand en de huur tot de daadwerkelijke ontruiming. Tevens worden zij veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd, ook bij hoger beroep.
Uitkomst: Gedaagde sub 2 moet binnen veertien dagen de woning ontruimen en beide gedaagden moeten de huurachterstand en proceskosten betalen.