Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De beoordeling
€ 135,00
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een geschil tussen verhuurder en huurder van een winkelruimte over de betaling van energiekosten. Volgens de huurovereenkomst moest de huurder zelf een elektriciteitscontract afsluiten, wat zij niet heeft gedaan, waardoor de verhuurder de kosten betaalde en deze terugvordering instelde.
De huurder stelde dat de factuur betrekking had op een andere elektriciteitsmeter dan die van de gehuurde winkelruimte. De verhuurder bracht een onderzoek in dat aantoonde dat de betwiste eindafrekening wel degelijk bij de winkelruimte hoorde en dat de meterstanden overeenkwamen.
De kantonrechter oordeelde dat de verhuurder zijn vordering voldoende had onderbouwd en dat de huurder dit niet gemotiveerd had betwist. Daarom werd de vordering tot betaling van €5.484,64 plus wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. De huurder werd tevens veroordeeld in de proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van energiekosten en incassokosten aan verhuurder, met wettelijke rente en proceskosten.