In deze zaak heeft de herstructureringsdeskundige, die was aangewezen in het kader van een WHOA-procedure voor de besloten vennootschap [verweerster], verzocht om intrekking van haar aanwijzing en de daaraan gekoppelde machtiging. Dit verzoek volgde op een mediationtraject in de Verenigde Staten tussen [verweerster] en een derde partij, dat succesvol werd afgesloten met een schikking.
De rechtbank constateert dat nu het geschil is beslecht, niet langer sprake is van de situatie waarin het redelijkerwijs aannemelijk is dat [verweerster] haar schulden niet kan betalen. Daarom acht de rechtbank het niet langer noodzakelijk dat een WHOA-akkoord wordt aangeboden en besluit zij de aanwijzing van de herstructureringsdeskundige en de bijbehorende machtiging in te trekken.
Daarnaast heft de rechtbank ambtshalve de afkoelingsperiode op, omdat niet langer wordt voldaan aan de wettelijke voorwaarden daarvoor. Het door de herstructureringsdeskundige gevraagde salaris wordt als redelijk beoordeeld en vastgesteld, met instemming van [verweerster], en komt ten laste van deze vennootschap.
De beschikking is uitgesproken door de rechtbank Midden-Nederland op 23 april 2024.